| De behoefte aan begraafplaatsen in het sterk groeiende Glanerbrug van begin
twintigste eeuw neemt fors toe. Tot dan is men aangewezen op begraafplaatsen
in Enschede. Als men een begrafenis wil bijwonen, dan betekent dat voor een
arbeider dat hij een volle dag vrijaf moet zien te krijgen, een vaak
onmogelijke opgave. In 1904 wordt de vereniging Doodenzorg opgericht. Het
bestuur bestaande uit de heren Schweiger, Rools, Scheffers, Kleinstra, Kooi,
Ruiter en Vos krijgt tot taak om een geschikte plek voor een begraafplaats
aan te kopen en om statuten voor de vereniging op te stellen. Binnen een
jaar slaagt het bestuur erin om aan deze taakstelling te voldoen. Van G.J.
Bos wordt een stuk grond ter grootte van 6½ schepel gekocht voor een bedrag
van 100 gulden per schepel. Op 12 december 1904 komt de ministeriële
goedkeuring over de ingediende statuten binnen. De kosten voor de aankoop
van de grond worden verhaald op de leden van de vereniging evenals het
jaarloon van de grafdelver dat 100 gulden bedraagt. De leden betalen dan een
jaarlijkse contributie van 60 cent. De begraafplaats wordt opengesteld op
zon- en feestdagen van 15.00 - 17.00 uur.
De zwarte lijkkoets die tot ver in de jaren zestig gebruikt wordt voor het
vervoer van de overledene naar zijn laatste rustplaats, staat gestald naast
het gebouw van de Glanerbrugse broodfabriek aan de
Bentstraat. |