| Op 17 augustus 1896 wordt te Oldenzaal de Nederlandsch-Westfaalsche
Stoomtram-Maatschappij opgericht, onder voorzitterschap van H.J.H.
Geldermand. Op 19 juli 1903 wordt de tramlijnen Oldenzaal - station Gronau
HB (Holländischen Bahn) en Oldenzaal - Denekamp geopend. De tramlijnen zijn
op normaalspoor aangelegd en worden geëxploiteerd door de HSM.
In 1884 wordt voor het eerst over een tramplan rond Enschede gesproken.
Johan Daniël de Bock, inspecteur van een brandwaarborgmaatschappij uit
Gouda, zoekt contact met het gemeentebestuur van Enschede, omdat hij
serieuze ideeën heeft om de talrijke (textiel)fabrieken in en om Enschede
via een (stoom) tramlijn met elkaar te verbinden. Zijn plannen worden echter
niet met veel enthousiasme ontvangen en zijn plannen worden nooit
gerealiseerd, evenmin als die van de plannenmakers Govert van Dam
(Amsterdam) en Jan Chr. A. Sepp (Enschede). Op 30 juni 1900 verzoeken
Hofstede Crull en Willink, directeuren van de Bornsche
elektriciteits-maatschappij, de gemeenteraad van Almelo een voorlopige
vergunning voor het leggen van rails ten behoeve van een elektrische tram
tussen Almelo en Glanerbrug, ook deze tram komt er niet.
Burgemeester Hahn van Gronau stelt in maart 1900 aan de gemeentebesturen van
Enschede en Lonnneker voor, om gezamenlijk een tramverbinding tussen Gronau
en Enschede aan te leggen. De gemeentebesturen reageren enthousiast, maar om
juridische redenen blijkt het onmogelijk voor Gronau om te participeren in
een buitenlandse (tram)onderneming. Als Hahn plotseling overlijdt, stopt
daarmee ook zijn plan om dan zelf maar het traject Gronau-Glanerbrug aan te
leggen en een nog op te richten Nederlandse maatschappij de exploitatie uit
te laten voeren. De gemeentebesturen van Enschede en Lonneker roepen zelf
een tramwegmaatschappij in het leven. |