| (uit o.a.: Veertig Jaren T.E.T. door K. Jassies)
In 1900 had men in Enschede al een vervoersprobleem en men was al bezig met
de verwezenlijking van plannen om een voor die dagen een modern
vervoersmiddel in het leven te roepen dat in een klaarblijkelijke behoefte
zou voorzien.
Aanvankelijk dacht men aan een verbinding tussen Gronau (Duitsland) en
Almelo.
Op initiatief van burgemeester Hahn van Gronau, schijnen de gemeentebesturen
van Enschede en Lonneker in 1901 het plan tot aanleg van deze lijn, ter hand
te hebben genomen. Na veel overleg met de diverse gemeenteraden over de
kosten, vergunningen, financiering, elektrificatie etc. etc, begon men met
de aanleg van de lijn tussen Enschede en Glanerbrug.
Later zou deze uitgebreid worden naar Hengelo en Almelo. De N.V. Twentse
Electrische Tramwegmaatschappij werd in 1904 opgericht en de eerste tram
vertrok op zondag 5 juli 1908, s’morgens om 7.00 uur.
Die eerste zondag werden er 5500 mensen vervoerd.
Bijna 25 jaar heeft de tram tussen Enschede en Glanerbrug gereden, want de
aanleg naar Almelo en Gronau, is er nooit van gekomen omdat de autobus
inmiddels ook zijn intrede had gedaan. De laatste rit vond plaats op 28
februari 1933.
Van toen af ging de TET zich geheel op het autobusvervoer toeleggen.
De T.E.T. werd één van de weinige belangrijke vervoerondernemingen die niet
tot de NS behoorden. De aandelen waren in handen van de provincie en 17
gemeenten. De T.E.T. groeide in zijn gloriejaren uit tot een bedrijf met
zo'n 350 chauffeurs en 150 indirecten.
Tot 1915 waren alle rijtuigen donkerblauw geschilderd met bruine panelen
onder de zijramen. Na 1915 werd de standaard kleur creme. De koersborden
waren wit met zwarte letters en werden 's avonds verlicht door een aparte
lamp op het dak. De bestemmingen waren Station Lindenhof, Station Martalaan,
Station Glanerbrug en Station Volkspark.
Diverse electriciteitsmasten worden nog steeds door boeren gebruikt als
hooibergstaanders. In Hengelo, bij de Waarbeek, werd jarenlang een rijtuig
als machinekamer voor de botsauto's gebruikt. In Enschede kan men op de
gevels van verschillende oude gebouwen nog steeds de rozetten zien die de
bovenleiding droegen.
| Opbouw vervoersgebied T.E.T. |
|
| 1904
|
Lijn Enschede - Glanerbrug, dit was de tramlijn die
in 1933 een buslijn werd.
|
|
| 1923
|
Stadsdienst Enschede.
|
|
| 1923 - 1948
|
Overname en opening van diverse interlokale lijnen
rond Almelo, Hengelo, Haaksbergen, Enschede en Oldenzaal.
|
|
| 1947
|
Stadsdienst Almelo.
|
|
| 1947
|
Stadsdienst Hengelo, deze werd in 1957 aan de RCT
overgedragen en kwam daarna via de HADO in 1977 weer terug bij de
TET.
|
|
| 1948
|
Lijn Almelo - Hardenberg.
|
|
| 1965 - 1973
|
Integratie NOT lijnen Almelo - Nijverdal - Ommen.
|
|
| 1966
|
Lijn Glanerbrug - Gronau - Epe - Heek. Per 1 januari
1984 verviel het trajekt Gronau - Epe - Heek.
|
|
| 1976
|
Overname lijn Oldenzaal - Nordhorn van de ONOG.
|
|
| 1980
|
In Juni 1980 werd bovenstaande lijn, Oldenzaal -
Nordhorn, ingschakeld in het stadsvervoer te Nordhorn.
|
|
| 1981
|
TET/DVM lijn Almelo-Hardenberg-Hoogeveen.
|
|
| 1982
|
Per 23 Mei diverse vernieuwingen in lijnen ingevoerd
in samenwerking met OAD en TAD.
|
|
| 1984
|
Overname lijndiensten van de TAD.
|
|