|
De Hollandsche Yzeren Spoorweg Maatschappij
Van de eerste plannen in 1831 voor een spoorlijn in Nederland komt niets
terecht; weinigen zijn bereid geld te investeren en men denkt het vervoer
met het net van waterwegen aan te kunnen. Koning Willem I voorziet echter
een achterstand op de rest van Europa en richt in 1837 de H.S.M. (Hollandsche
Spoorweg Maatschappij) op. In 1839 wordt het traject Amsterdam - Haarlem
geopend; in 1847 wordt de complete lijn Amsterdam - Rotterdam voltooid. In
1845 wordt de spoorlijn Amsterdam - Utrecht - Arnhem van de Nederlandsche
Rhijnspoorweg-Maatschappij (NRS) geopend, oorspronkelijk aangelegd met het
Nederlandse 2-meterspoor (1,95 m breed) en na flink gehakketak versmald tot
(Duits) normaalspoor (1,435 m) om internationaal te kunnen rijden. In 1856
wordt de spoorlijn Oberhausen - Emmerich - Arnhem geopend.
N.V. Overijsselsche Spoorweg-Maatschappij
Bij de introductie van de stoommachine in de textielindustrie ontstaat rond
1830 in Twente een belangrijk transportprobleem. Behalve vervoer van garens
en doek speelt nu ook het probleem van kolenvervoer. De kolen worden
geïmporteerd uit Engeland, het Ruhrgebied en het Duitse Ibbenbüren, waarbij
de vervoerskosten de materiaalkosten ruim overtreffen. In 1837 gaat men op
zoek naar mogelijkheden om het kolentransport uit Ibbenbüren ter
vergemakkelijken, welke plannen in 1845 resulteren in een plan voor een
spoorlijn. Omstreeks die tijd ontstaan in Duitsland de eerste spoorlijnen:
in 1847 Oberhausen - Osnabrück en in 1856 Hannover - Rheine en Hamm -
Münster - Rheine - Emden.
Op 3 mei 1845 wordt de N.V. Overijsselsche Spoorweg-Maatschappij opgericht.
Vier vooraanstaande Twentse industriëlen pleiten rond 1850 voor de aanleg
van een Twentse spoorlijn: C.T. Stork, H.J. van Heek, H.P. Gelderman en G.
Salomonson.
N.V. Spoorwegmaatschappij Almelo-Salzbergen
Als in 1860 de Wet op Staatsspoorwegen wordt aangenomen, wordt in veel
Twentse steden de vlag uitgestoken. In 1862 wordt de N.V.
Spoorwegmaatschappij Almelo-Salzbergen opgericht (Gelderman, Stork,
Salomonsen), welke op 18 oktober 1865 de eerste Twentse spoorlijn opent. De
lijn loopt van Almelo via Hengelo naar Salzbergen nabij het kolengebied van
Ibbenbüren. De exploitatie is in handen van de Staatsspoorwegen (SS); deze
particuliere maatschappij werd opgericht op 26 september 1863. In 1866 volgt
de Staatsspoorlijn Arnhem - Zutphen - Hengelo - Enschede, die later via
Gronau wordt doorgetrokken naar Münster. In 1935 vindt de opheffing plaats
van het locomotiefdepot te Enschede SS; de locomotieven worden overgebracht
naar Hengelo.
Geldersch Overijsselsche LokaalSpoorweg (GOLS)
In 1878 komt de lokaalspoorwegwet tot stand, die het mogelijk maakt
spoorlijnen goedkoper aan te leggen door een vereenvoudigde beveiliging en
een lagere asdruk. Bij nadering van overwegen kondigt de locomotief door
middel van een bel zijn komst aan; vanwege deze bel op de loc wordt de
locaaltrein in de volksmond de "Bello" genoemd. In 1881 richt de
Winterswijkse textielfabrikant Jan Willink de Geldersch Overijsselsche
LokaalSpoorweg (GOLS) op, die een groot aantal lokaalspoorweglijnen in de
Gelderse Achterhoek en Twente gaat aanleggen. De GOLS kiest voor exploitatie
door de SS (Staatsspoorwegen), maar na ingrijpen van de regering wordt de
HSM toegewezen.
De Twentse textielfabrikanten hebben het meest belang bij de lijn
Winterswijk - Groenlo - Eibergen - Neede - Haaksbergen - Hengelo/ Enschede,
welke aansloot op de lijn Zutphen - Winterswijk (1878). Onder leiding van
A.J. Blijdenstein kiest het Enschedese comité een splitsingspunt voor de
lijnen naar Enschede en Hengelo vlak bij de molen in Boekelo. De
belangrijkste grondeigenaar is de baron R.F. van Heeckeren van Wassenaer,
eigenaar kasteel Twickel. Bij de aanleg krijgt de spoorlijn Winterswijk -
Hengelo de bijnaam "Schaddenspoor". Men is overtuigd dat de trein niets
anders zal vervoeren dan schadden (heideplaggen, waarmee de kachels worden
gestookt). Op 15 oktober 1884 opent de GOLS de lijnen Winterswijk - Neede -
Hengelo en Ruurlo - Neede. Voor de lijn Boekelo - Enschede staat de SS niet
het medegebruik van het station Enschede SS toe. De GOLS koopt een voormalig
hotel, noordwestelijk van het station, en maakt hierin een voorlopig station
Enschede GOLS. De lokaallijn wordt onder de SS-lijn (Hengelo - Enschede)
doorgelegd door het reeds bestaande Bouwhuistunneltje. Op 7 december 1885
wordt de lijn Boekelo - Enschede geopend.
In verband met de zoutwinning wordt in 1918 de halte Zoutindustrie geopend,
in 1935 omgedoopt tot Bad Boekelo - in 1934 opent de KNZ (Koninklijke
Nederlandse Zoutindustrie) bij Boekelo het recreatie-oord "De Zee op de
Heide". Het reizigersvervoer op de lijn Boekelo - Hengelo wordt op 4 oktober
1936 gestaakt.
Lokaalspoorwegmaatschappij Enschede-Oldenzaal
In 1887 wordt de Lokaalspoorwegmaatschappij Enschede-Oldenzaal opgericht (G.
van Heek en E. Jannink). De lijn wordt geopend op 10 april 1890 en wordt
door de HSM geëxploiteerd. De treindienst Ruurlo - Enschede wordt
doorgetrokken naar Oldenzaal. Het tijdelijke GOLS-station wordt vervangen
door Enschede Noord, met een stationsgebouw type GOLS en een vergroot
emplacement. Er komt een verbinding met het SS-emplacement. Op 15 mei 1934
is de laatste rit van Enschede Noord naar Oldenzaal EO.
Ahaus-Enscheder Eisenbahn-Gesellschaft
In 1888 maakt een comité (G.J. van Heek, E. Jannink, burgemeester T. van der
Zee) plannen voor een spoorlijn van Enschede naar Ahaus. In 1899 wordt de
concessie voor de lijn gegeven en kan de Ahaus-Enscheder
Eisenbahn-Gesellschaft opgericht worden. Voor deze lijn wordt station
Enschede Zuid aangelegd, met het emplacement direct naast de nieuwe fabriek
van Jannink aan de Haaksbergerstraat, en westelijk van Enschede sluit de
nieuwe lijn aan op de GOLS-lijn uit Boekelo. Op 18 februari 1903 wordt de
spoorlijn geopend en op 25 april 1903, na de spoorwegstaking, in gebruik
genomen. Bij grensstation Broekheurne worden reizigers en goederen door de
douane gecontroleerd. In 1915 wordt hier een turfstrooiselfabriek (gewonnen
uit het Duitse Amtsvenn) gevestigd, welke in 1962 wordt gesloten.
De dienst wordt gestaakt nadat op 1 april 1945 de brug over de Aa-bach bij
Alstätte door de Duitsers wordt opgeblazen. In de herfst van 1945 komt het
treinverkeer weer op gang. De AE rijdt van Ahaus tot Alstätte en de NS rijdt
tot aan de turfstrooiselfabriek in Broekheurne. Vanaf 1948 rijden er weer
doorgaande kolentreinen van het Ruhrgebied naar Twente. In 1966 vermindert
dit vervoer sterk, als de Nederlandse bedrijven en huishoudens opverstappen
op aardgas. Op 1 mei 1967 wordt het goederenverkeer gestaakt. In 1968 wordt
de lijn vanaf de grens tot nabij Alstätte opgebroken, in april 1971 volgde
de lijn van Enschede tot aan de grens.
De GOLS-lijnen hebben een belangrijk goederenvervoer gekend, vooral van
kolen uit het Ruhrgebied. Na de ondergang van de textielindustrie in de
tweede helft van de jaren zestig is het met deze spoorlijnen ook snel
gedaan. Het personenvervoer wordt op de meeste GOLS-lijnen al in de jaren
dertig gestaakt. Bij de grote reorganisatie van het goederenvervoer van de
N.S. in 1972 komt op vrijwel alle voormalige lijnen een einde aan het
vervoer.
spoorwegstakingen
Begin 20e eeuw zijn de arbeiders aan het spoor even arm als arbeiders bij
andere bedrijven. De Staat houdt wel toezicht, maar niet op het
personeelsbeleid. In januari 1903 worden in het Blauwhoedenveem te Amsterdam
twee bootwerkers ontslagen, waarop een staking in het veem ontstaat. Via de
rangeerders nabij het veem slaat de staking vrij onverhoeds over naar het
spoorwegpersoneel in heel Nederland, zowel bij de HSM als de SS. Begin 1903
ontstaat er een nieuwe golf van stakingen. De treinen die nog rijden worden
door militairen bemand en huzaren worden ingezet om de onrust onder de
arbeiders in te dammen. Het uitblijvende succes is voor veel arbeiders, niet
alleen bij de spoorwegen, aanleiding zich bij een vakbond aan te sluiten.
Vanaf 1905 gaan de lonen van het spoorwegpersoneel geleidelijk omhoog en
worden de arbeidstijden verkort.
Tijdens de staking worden voor het vervoer van de post auto's ingeschakeld.
Er is een nieuw vervoermiddel in opkomst, waarmee de spoorwegen in die tijd
nog niet echt rekening houden...
opkomst busvervoer
In de jaren '20 komen zeer veel particuliere busvervoersbedrijven op, die
zich toeleggen op het vervoer van vracht en reizigers. De betere
busbedrijven rijden wel met veilig materieel en volgens een dienstregeling,
maar lokken ook door hun lagere tarieven de reizigers uit de trein weg.
samenwerking HSM en SS: Nederlandsche Spoorwegen
Door de spoorwegovereenkomst van 1890 is het spoorwegnet voor beide
maatschappijen opnieuw ingedeeld, maar de vele lokale spoorwegmaatschappijen
gunden hun exploitatie aan één van de grote twee. Geregeld verlagen zowel de
HSM als de SS hun vrachttarieven. Op 1 januari 1911 worden nieuwe, voor alle
spoorwegmaatschappijen in Nederland geldende spoortarieven van kracht.
Gezien de schaarste aan brandstoffen en materialen in de Eerste
Wereldoorlog, besluiten HSM en SS door samenwerking het Nederlandse
spoorbedrijf zo goed mogelijk op gang te houden. De samenwerking wordt op 2
augustus 1937 bezegeld met de oprichting van de NV Nederlandsche Spoorwegen.
Voor de grootscheepse inkrimpingen van de spoorlijnen in de jaren '30 zijn
meerdere redenen: de concurrentie loopt ten einde en er kan volstaan worden
met minder lijnen; na de economische crisis van 1929 zakt het vervoer in; op
de lokaallijnen rijdt veelal oud reizigersmaterieel. In het hele land worden
vele lokaalspoorlijnen gesloten en honderden kleine tussenhaltes opgeheven.
Op de hoofdlijnen gaan moderne diesel- en elektrische treinen rijden. De
altijd wat willekeurig gekozen dienstregeling wordt in 1938 vervangen door
een "starre dienst", waardoor treinen op de knooppuntstations op elkaar
aansluiten.
Tweede Wereldoorlog
De 2e wereldoorlog zorgt voor een onregelmatige dienst op de spoorlijnen. In
1940 rijden er enige tijd geen treinen. De reistijden worden gaandeweg
langer. Bij luchtalarm wordt de trein stilgezet en zoeken personeel en
passagiers een veilig heenkomen in de greppels. De kwaliteit van de kolen
wordt steeds slechter, waardoor de trein soms onderweg wordt stilgezet om
stoom te maken. Vanaf de seinhuizen worden vlaggen uitgehangen (sein
Lodewijk) ten teken dat er aanvallen op treinen worden uitgevoerd. Veel
mensen die de boer opgaan, op zoek naar voedsel, maken van de spoorlijnen
gebruik.
In september 1944 voeren de Geallieerden hun operatie "Market Garden" uit.
De actie slaagt slechts gedeeltelijk, maar het ziet er naar uit dat de
oorlog ten einde loopt. Radio Oranje roept op 17 september de
spoorwegstaking uit: "De kinderen van Versteeg moeten onder de wol". De
Nederlandse Spoorwegen staken hun werk en het spoorwegpersoneel duikt onder.
Voor zover er nog treinverkeer mogelijk is stelt Duitsland in allerijl nog
vele militairen aan.
In december 1944 gaat het mis met de trein van Haaksbergen naar Ahaus. Even
na vertrek uit Haaksbergen wordt het treintje opgemerkt door Engelse
jachtvliegers en onder vuur genomen. Als de trein tot stilstand komt, gaan
de duikvluchten nog even door totdat de locomotief vol gaatjes zit en overal
stoom spuit.
na de oorlog
Na de oorlog wordt er een eenvoudige dienstregeling gereden, met rijtuigen
van allerlei soorten, tot goederenwagens toe. Aanvankelijk wordt er veelal
met Duitse locomotieven gereden. De stoomlocomotieven van de NS worden
steeds meer door elkaar gebruikt. Ze rijden goederenkonvooien of verrichten
rangeerwerk. De stoomtractie is een aflopende zaak; in de jaren '50
verschijnen er steeds meer nieuwe diesel- en elektrische locomotieven. In
1951 begint de dienst met elektrische treinen naar Twente. In 1970 voert de
NS haar actieplan "Spoorslag '70" in, om meer reizigers de trein in te
lokken. Er komt een uitgebreide dienstregeling en een nieuw opgezet net van
sneltreinen, de Intercity, en een daarop aansluitend net van stoptreinen. |