|
Fabrikanten.
Veel fabrikeurs zijn bezig fabrikanten te worden. In 1852 richten de gebroeders Salomonson te Nijverdal de eerste stoomweverij op. In 1850 was door de fa. G. en B. Jannink een stoomspinnerij opgericht, in 1858 wordt hier door fa. Gerh. Jannink & Zonen een stoomweverij aan toegevoegd. De
fa. Blijdenstein & Co. te Enschede bouwt in 1857 een stoomweverij tussen de Achterstraat en de Noorderhagen. In 1859 bouwt fa. Van Heek & Co haar eerste stoomweverij aan de Noorderhagen. De overgang van de oude huisindustrie naar fabrieksmatige produktie van textiel betekent voor de fabrikeursfamilies een grote stap.
Na 1854 komt er geleidelijk een einde aan de beschermde positie van de Twentse fabrikeurs door de verkoop via de N.H.M. De groei van de textielindustrie gaat echter onverminderd voort. In 1857 wordt er voor de Twentse fabrieken in totaal 7,5 miljoen ton steenkool uit Ibbenbüren aangevoerd, dit alles met paard en wagen! Als op 18 oktober 1865 de lijn Almelo - Salzbergen in gebruik wordt genomen, daalt de steenkoolprijs tot minder dan de helft. In 1855 kost 10 ton steenkool nog f 120,-. Ook tal van andere grondstoffen die de textielindustrie nodig heeft bij de vervaardiging van katoentjes en andere producten kunnen goedkoop worden aangevoerd. Zo leveren de Bayer-fabrieken uit Leverkusen alle verfstoffen en worden vanuit Duitsland ook veel chemicaliën aangevoerd. De productie van textiel gaat met sprongen omhoog. Als bij de grote brand van 1862 bijna heel Enschede afbrand, waaronder een achttal ouderwetse handspinnerijen, worden met de verzekeringspenningen moderne fabrieken met stoommachines opgebouwd. Vanaf 1874 moet men in het toenmalig Nederlandsch-Indië de concurrentie aan met andere textielexporterende landen. |